Het tekort aan technisch personeel is structureel en kan niet met één maatregel worden opgelost. Technische bedrijven moeten tegelijkertijd investeren in jonge én ervaren vakmensen, internationale werving, langdurige samenwerking en een organisatie waarin ook Engelssprekende monteurs goed kunnen functioneren.
Dat is de belangrijkste conclusie van Paul Muller, mede-eigenaar van TecLine, na ruim 25 jaar TecLine. Hij blikt terug op de ontwikkeling van de technische arbeidsmarkt en deelt vijf lessen voor werkgevers, uitzendorganisaties en beleidsmakers.
Volgens Paul vraagt het tekort aan technisch personeel om vijf samenhangende keuzes:
TecLine werd in 1999 door twee Nederlandse ondernemers opgericht in Duitsland. Specialistisch uitzenden stond daar nog in de kinderschoenen en de Duitse markt bood meer schaal dan de Nederlandse.
Later nam ook in Nederland de vraag naar technisch personeel toe. De tarieven stegen, terwijl de kwaliteit van het aangeboden personeel volgens opdrachtgevers niet altijd meegroeide. Voor TecLine ontstond ruimte om ook op de Nederlandse markt actief te worden.
Sinds 2006 richt TecLine zich volledig op het werven en inzetten van internationale elektromonteurs. Wat begon met het projectmatig inzetten van Duitse technici, groeide uit tot een structurele oplossing voor technische bedrijven die onvoldoende gekwalificeerde vakmensen kunnen vinden.
Misstanden met arbeidsmigranten vragen om stevige maatregelen. Over de noodzaak om medewerkers goed te beschermen bestaat geen discussie. Volgens Paul ligt het probleem vooral in de verhouding tussen nieuwe regelgeving en de handhaving van bestaande regels.
“Bedrijven die zich nu niet aan de regels houden, gaan dat waarschijnlijk ook niet doen wanneer er nieuwe regels bijkomen. Het gevolg is dat bonafide partijen met steeds meer administratieve druk te maken krijgen, terwijl de echte misstanden onvoldoende worden aangepakt.”
Regelgeving moet daarom niet alleen juridisch kloppen, maar ook praktisch uitvoerbaar zijn.
Een actueel voorbeeld is de registratie van arbeidsmigranten. Wie langer dan vier maanden in Nederland wil verblijven, moet zich binnen vijf dagen na aankomst als ingezetene inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). Bij een verblijf korter dan vier maanden kan iemand zich als niet-ingezetene registreren.
Het kabinet werkt daarnaast aan een zorgplicht voor uitleners bij de registratie van arbeidskrachten. Het doel is dat uitleners arbeidskrachten informeren, ondersteunen bij hun registratie en controleren of deze registratie daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
Het doel is begrijpelijk, maar de uitvoering kan ingewikkeld zijn. Internationale monteurs verhuizen soms mee met projecten. Tijdelijke huisvesting bevindt zich bovendien niet altijd op een adres waar inschrijving mogelijk is. Werkgevers krijgen daarbij te maken met gemeenten die verschillende procedures en werkwijzen hanteren.
Effectief beleid vraagt daarom om twee dingen: gerichte handhaving bij bedrijven die de regels overtreden én een werkbaar systeem voor werkgevers die hun verantwoordelijkheid wel nemen.
De positie van uitzendkrachten is de afgelopen jaren verder versterkt. Wie langer voor een uitzendorganisatie werkt, bouwt meer rechten op. Veel elektromonteurs van TecLine zijn inmiddels voor onbepaalde tijd in dienst.
Sinds 1 januari 2026 geldt binnen de cao voor uitzendkrachten bovendien het principe van gelijkwaardige beloning. Het totale arbeidsvoorwaardenpakket van een uitzendkracht moet minimaal gelijkwaardig zijn aan dat van een medewerker in een vergelijkbare functie bij de opdrachtgever.
Dat uitgangspunt is helder. Bij projectmatig werk is de uitvoering complexer.
Een elektromonteur kan tijdens zijn dienstverband bij verschillende opdrachtgevers werken. Iedere opdrachtgever heeft eigen arbeidsvoorwaarden. Daardoor kan het pakket van de medewerker bij een volgend project veranderen, terwijl hij bij dezelfde uitzendwerkgever in dienst blijft.
“Bescherming is noodzakelijk, maar regelgeving moet ook rekening houden met de werkelijkheid van projectmatig werken bij verschillende bedrijven.”
Dit vraagt om duidelijke afspraken tussen opdrachtgever en uitzendorganisatie. De opdrachtgever moet de relevante arbeidsvoorwaarden volledig en correct aanleveren. De uitzendorganisatie moet vervolgens bepalen hoe deze worden vertaald naar een gelijkwaardig pakket voor de medewerker.
Bescherming en werkbaarheid mogen daarbij geen tegenpolen worden. Juist een zorgvuldige uitvoering is nodig om uitzendkrachten daadwerkelijk zekerheid en duidelijkheid te bieden.
Het tekort aan uitvoerend personeel speelt niet alleen in de elektrotechniek. Ook de bouw, zorg, politie, brandweer, defensie en transport zoeken grote aantallen mensen. Verschillende sectoren vissen daarmee in dezelfde beperkte vijver.
Meer jongeren interesseren voor technische beroepen blijft noodzakelijk, maar lost het tekort niet op korte termijn op. Bovendien hebben jonge medewerkers ervaren vakmensen nodig om het vak in de praktijk te leren.
Technische bedrijven moeten daarom niet alleen investeren in instroom, maar ook in het behouden en inzetbaar houden van ervaren medewerkers. Wanneer zij verdwijnen, gaat kennis verloren die niet eenvoudig met een opleiding of handboek kan worden vervangen.
Daarnaast kunnen bedrijven hun beschikbare arbeidspotentieel vergroten door Nederlands niet automatisch als harde functie-eis te stellen.
“Bedrijven die uitsluitend Nederlandstalige vakmensen accepteren, beperken hun eigen mogelijkheden enorm. Investeren in de taalvaardigheid van de eigen organisatie maakt een veel grotere internationale arbeidsmarkt toegankelijk.”
Veilig en goed samenwerken vereist dat medewerkers elkaar begrijpen. Dat betekent echter niet dat iedere elektromonteur Nederlands moet spreken. Op veel projecten kan Engels de gezamenlijke werktaal zijn, mits veiligheidsinstructies, begeleiding en communicatie daarop zijn ingericht.
Internationale elektromonteurs zijn daarom geen tijdelijke noodgreep. Ze vormen, naast opleiding, behoud en slimmer organiseren, een structureel onderdeel van de oplossing voor het tekort aan technisch personeel.
Veel technische bedrijven werken met een vaste flexibele schil, aangevuld met extra capaciteit voor tijdelijke pieken. Dat model biedt flexibiliteit, maar werkt volgens Paul vooral goed wanneer een deel van de externe vakmensen voor langere tijd aan de organisatie verbonden blijft.
Een langere inzet biedt duidelijke voordelen:
Wanneer internationale monteurs uitsluitend worden ingezet voor korte pieken of ziektevervanging, begint het inwerkproces bij ieder project opnieuw. De medewerker krijgt weinig gelegenheid om binding met de opdrachtgever op te bouwen en moet zich voortdurend aanpassen aan nieuwe teams, werkmethoden en veiligheidsregels.
Dat is niet alleen inefficiënt. Veel wisselingen tussen projecten en werkomgevingen kunnen ook extra veiligheidsrisico’s veroorzaken.
Duurzame flexibiliteit klinkt misschien tegenstrijdig, maar zekerheid en flexibiliteit kunnen elkaar juist versterken. Een vaste flexibele schil geeft bedrijven toegang tot bekende en ingewerkte vakmensen, terwijl extra capaciteit kan worden toegevoegd wanneer de hoeveelheid werk daarom vraagt.
In een krappe arbeidsmarkt kun je niet wachten met werven tot een project begint. Op dat moment zoeken veel bedrijven vaak dezelfde technische profielen.
TecLine werft daarom continu elektromonteurs in verschillende Europese landen. Daarbij kijken de recruiters niet alleen naar opleiding en technische ervaring. Ook zelfstandigheid, communicatie, werkhouding en de aansluiting bij de Nederlandse werkcultuur en een specifieke werkomgeving worden beoordeeld.
Geschikte vakmensen krijgen een contract met een afgesproken startdatum. Voor hun eerste project volgen zij een onboarding in Nederland. Daarna koppelt TecLine hen aan een opdrachtgever en project waar hun kennis en ervaring het beste aansluiten.
Deze werkwijze betekent dat TecLine investeert in technische capaciteit voordat daar altijd een concrete aanvraag tegenover staat. Dat brengt ondernemersrisico met zich mee, maar maakt het mogelijk sneller te reageren wanneer een opdrachtgever moet opschalen.
Beschikbaarheid ontstaat niet vanzelf. In een markt met structurele schaarste moet je haar vooraf organiseren.
In 1999 werd de toenmalige vergunningsplicht voor uitzendbureaus afgeschaft. Volgens Paul leidde dit tot een wildgroei aan aanbieders en grotere kwaliteitsverschillen in de markt.
Met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) keert een toelatingsstelsel terug. De Wtta treedt op 1 januari 2027 in werking. Uitzendorganisaties en andere uitleners moeten straks worden toegelaten om personeel beschikbaar te mogen stellen.
Vanaf 1 januari 2028 gaat de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaven. Niet alleen uitleners zonder toelating kunnen dan een boete krijgen. Dat geldt ook voor opdrachtgevers die personeel inhuren via een niet-toegelaten partij.
“Als ik één ding anders had willen zien, dan was het dat de uitzendvergunning destijds nooit was afgeschaft.”
De Wtta moet misstanden tegengaan, arbeidskrachten beter beschermen en eerlijke concurrentie bevorderen. Of het nieuwe stelsel daarin slaagt, hangt volgens Paul niet alleen af van de regels zelf. Ook consequente handhaving en een uitvoerbare toepassing in de praktijk zijn essentieel.
Technische bedrijven die over vijf jaar voldoende uitvoeringscapaciteit willen hebben, kunnen niet wachten op één oplossing vanuit de overheid, het onderwijs of de arbeidsmarkt.
Een toekomstbestendige personeelsstrategie combineert:
De belangrijkste les uit ruim 25 jaar TecLine is dan ook helder: het tekort aan technisch personeel is niet tijdelijk. De manier waarop bedrijven hun personeelscapaciteit organiseren, moet daarop aansluiten.
Nee. De vraag naar technisch personeel hangt samen met structurele ontwikkelingen, zoals de energietransitie, elektrificatie, vergrijzing en uitstroom van ervaren vakmensen. Alleen nieuwe instroom is daarom niet voldoende.
Internationale elektromonteurs zijn een belangrijk onderdeel van de oplossing, maar niet de enige maatregel. Ook opleiding, behoud van ervaren medewerkers, productiviteitsverbetering en slimmer organiseren blijven noodzakelijk.
Bij een langere inzet leren monteurs de organisatie, veiligheidsregels en werkprocessen kennen. Hierdoor zijn minder introductie en begeleiding nodig en nemen zelfstandigheid, betrokkenheid en continuïteit toe.
Dat hangt af van het project en de veiligheidsvereisten. Op veel projecten kan Engels als gezamenlijke werktaal functioneren, mits instructies, begeleiding en communicatie daarop goed zijn ingericht.
De Wtta introduceert een toelatingsstelsel voor bedrijven die arbeidskrachten uitlenen. De wet gaat op 1 januari 2027 in. Vanaf 1 januari 2028 wordt gehandhaafd en kunnen zowel uitleners zonder toelating als hun opdrachtgevers een boete krijgen.
TecLine werft, selecteert en begeleidt ervaren elektromonteurs uit Europa voor technische projecten in Nederland. We kijken verder dan beschikbaarheid alleen en zorgen voor vakmensen die passen bij de functie, het project en de werkomgeving.
Wil je weten hoe je jouw technische capaciteit voor de lange termijn kunt organiseren? Neem contact op met TecLine.